Het doodgeblazen wild

Een stilleven in een weiland. Wild, netjes naast elkaar gelegd met de jagers en drijvers met hun honden daar dan in een halve cirkel omheen. Soms met brandende fakkels voor de sfeer. De jagermeester bedankt een ieder voor het weidelijk jagen. Dan is er een moment van stilte en eerbaarheid. De hoeden gaan af.

hoornEen eeuwenoude traditie begint: het doodblazen van het wild door de jachthoornblazers. “Maar het wild is toch al dood”?, zal menigeen zeggen. Ja, het wild wordt ook niet letterlijk dood geblazen, maar het wild wordt de laatste eer bewezen. Al sinds eeuwen is er een Middeleuropese cultuur van jachthoornblazen en kent elke wildsoort haar eigen doodsignaal. In Nederland wordt meestal de Duitse traditie hierin gevolgd en worden de doodsignalen geblazen op Fürst-Plesshoorns.

Trompetachtige hoorns, gestemd in bes, zonder ventielen, waarop de tonen met de lippen worden gevormd. Een geoefend blazer haalt zes tonen uit deze hoorn, de betere blazer wel acht! Soms heeft een aantal blazers een parforcehoorn bij zich, een hoorn groter dan de Fürst-Pless die met name de lagere tonen aankan. Zo worden de signalen meerstemmig geblazen. Tegen het vallen van de avond, midden in het bos met die brandende fakkels, geven de sonore klanken van de jachthoorn een laatste groet aan het wild en de natuur. De ceremonie wordt vaak afgesloten met de signalen Jacht-Voorbij en Tot-Weerziens. Een kort moment van gepaste stilte, in ons jachtige bestaan.



Locaties van de restaurants